PERSBERICHT
Cd&v vindt het niet kunnen dat het stadsbestuur van Gent beslist tot niet-restitutie in een nochtans duidelijke case van naziroofkunst. “Een ad hoc commissie samengesteld door de stad Gent -zelf partij in het dispuut- die nog snel op eigen houtje beslist om een geroofd kunstwerk niet aan de rechtmatige eigenaars terug te bezorgen, terwijl de Vlaamse regering weldra komt met duidelijke regels, dat roept vragen op”, aldus Vlaams parlementslid Katrien Partyka (cd&v).
In Gent ontstond recent commotie over een kunstwerk dat in het Gentse Museum voor Schone Kunsten (MSK) hangt. Het gaat om het 'Portret van bisschop Antonius Triest' van schilder Gaspar de Crayer. Dat werk zou in de jaren veertig gestolen zijn uit de collectie van een joodse handelaar. De joodse familie van wie het kunstwerk gestolen werd eiste het werk terug. De stad Gent stelde daarop een onafhankelijke commissie samen die bevestigde dat het kunstwerk op oneigenlijke manier werd ontvreemd, maar vervolgens aanraadde het werk niet terug te geven noch een schadevergoeding te betalen aan de nazaten. Stad Gent volgde dat advies.
Vlaams parlementslid Katrien Partyka, die vorige week nog een voorstel indiende bij het Vlaams parlement om aan de hand van onder andere een dynamische databank, doorgedreven herkomstonderzoek en een duidelijk restitutiekader gestolen naziroofkunst proactief op te sporen en indien nodig terug te bezorgen aan de rechtmatige eigenaars, is niet te spreken over die beslissing. Partyka vraagt al langer om eindelijk de “historische onrechtvaardigheid van naziroofkunst recht te zetten”. “Slechts een fractie van die kunst is op vandaag terecht. België hoort daardoor internationaal bij de slechtste leerlingen van de klas. Wanneer we nu zien dat een familie zelf het initiatief neemt om een gestolen kunstwerk terug te eisen, zij een duidelijke case hebben, en toch bot vangen, dan schort er toch iets aan hoe we vandaag in Vlaanderen omgaan met die donkere pagina uit onze geschiedenis. Het feit dat Stad Gent niet wachtte op het Vlaamse kader, dat er weldra zal zijn, valt moeilijk te begrijpen en is ronduit betreurenswaardig.”
Partyka roept cultuurminister Gennez dan ook op om vaart te maken met dat Vlaamse kader. “Daarbij moeten we echt nadenken hoe we in de toekomst zullen omgaan met gevallen zoals dat van Gent. Het kan niet zijn dat nazaten anders behandeld worden naargelang het werk waarop ze aanspraak maken zich toevallig in een gemeentelijke collectie bevindt, of in die van de Vlaamse Gemeenschap. Hoe zullen we gemeenten aanmoedigen om zich in te schrijven in het Vlaamse beleid? Dat wordt een grote uitdaging.” aldus Partyka.
Lees en bekijk hier mijn vraag om uitleg en het antwoord van de minister.